Burcht Eltz

Wist u dat… ?

De oorsprong van de naam "Eltz"
Afleiding: De familie en burcht Eltz zijn genoemd naar de Elzbach. Dit woord is vermoedelijk afgeleid van het Oudhoogduitse "Els" of "Else", zoals de zwarte els, die vaak langs de loop van een rivier groeit, werd genoemd. De Romeinen noemden de beek "Alisontia". Deze naam verwijst naar hetzelfde, vermoedelijk Oudkeltische woord voor deze boom.

De "500-DM-burcht"
Betekenis: Tussen 1961 en 1995 stond burcht Eltz op het 500-DM-biljet.

De kasteleins en hun functie
Verantwoordelijkheid: Burcht Eltz wordt net als andere burchten al eeuwen beheerd door "kasteleins" (afgeleid van het Latijnse castellum dat o.a. "burcht" of "kasteel" kan betekenen), vroeger ook wel "burchtvoogden" of "slothoofden" genoemd. Tot 1786 had elke van de toen nog drie Eltzer familietakken een kastelein, tot 1815 waren er nog twee en daarna was er nog één kastelein voor de graven Zu Eltz uit het huis Kempenich. Angelika Nelius en Stefan Ritzenhofen zijn de huidige kasteleins. Zij geven samen leiding aan de toeristische zaken en dragen zorg voor het behoud en onderhoud van het burchtcomplex.

De postzegel met burcht Eltz
Post: In het kader van de burchtserie (1977-1982) werd een postzegel van 40 pfennig met burcht Eltz uitgebracht. De portokosten voor een ansichtkaart bedroegen toen 40 pfennig.

De narrenhoofden
Wijsheid: Op de muren van de ridderzaal van burcht Eltz, de vergaderruimte van de Eltzer ridders, bevinden zich narrenhoofden. Zij staan symbool voor de vrijheid van het woord omdat narren in de middeleeuwen alles konden zeggen zonder de consequenties te hoeven vrezen. Tegelijkertijd herinneren zij er ook aan zichzelf niet te belangrijk te vinden omdat – in overeenstemming met het middeleeuwse mensbeeld – wijsheid en dwaasheid en deugd en ondeugd altijd heel dicht bij elkaar liggen.

De roos van het zwijgen
Vertrouwelijkheid: De roos van het zwijgen bevindt zich in de ridderzaal en op het baldakijn van het grote bed in het Rübenacher slaapvertrek. Zij symboliseert de belofte, dat het gesproken woord de ruimte niet verlaten zal.

De Eltzer "Burgfriedensbriefe" ("burchtvredesbrieven")
Statuten: In 1268 verdeelden de gebroeders Elias, Wilhelm II en Theoderich burcht Eltz en hun gemeenschappelijke landgoed en stichtten zij de drie hoofdlijnen van de familie, de lijn "mit dem goldenen Löwen" ("met de gouden leeuw"), de lijn "mit dem silbernen Löwen" ("met de zilveren leeuw") en de lijn "mit den Büffelhörnern" ("met de buffelhoorns"). Zij vormden een zogenaamde "Ganerbengemeinschaft". Dit betekent dat de drie families gezamenlijk de rechten hadden over het burchtcomplex en in gemeenschap samenleefden op de burcht. Deze manier van samenleven is tot in de details geregeld en contractueel vastgelegd in de "Burgfriedensbriefe" ("burchtvredesbrieven") van 1323 en 1430 en in de aanvullingen daarop in 1481 en 1556.

Deze geschriften omvatten ook straffen voor het geval dat een familielid de vredesovereenkomst overtrad, bijvoorbeeld: "Als iemand een ander doodt in de burcht of binnen de grenzen van de "Burgfrieden" (Opmerking van de auteur: De "Burgfrieden" omvat zowel de burcht als de aan de "Ganerben" toebehorende landerijen), dan moet de dader het gebied van de "Burgfrieden" verlaten en hebben hij en zijn erfgenamen geen recht meer op burcht Eltz. Zij mogen het gebied van de "Burgfrieden" niet meer betreden, tenzij het meest naaste familielid van de gedode persoon verklaart dat de doodslag met een passende straf vereffend is." De consequenties voor andere misdrijven, overtredingen of nalatigheden waren eveneens nauwkeurig vastgelegd.

Omdat er vroeger geen hotels waren, was het de heilige plicht van de adel om bezoekers die met goede bedoelingen kwamen, gastvrij te ontvangen. Dergelijke bezoekjes konden echter niet helemaal kosteloos zijn omdat een bezoeker met zijn gevolg het recht hadden om tot een jaar te blijven. Daarom gold er een vast tarief in het hele Rijk. Dit werd ook vastgelegd in de "Burgfriedensbrief": "Een vorst die toestemming heeft om op de burcht te verblijven, moet voor binnenkomst de gemeenschappelijke bouwmeester van de burcht een onderhoudsbedrag van 40 "Oberländische" guldens in Mainzer valuta overhandigen en twee goede handbogen, die in het slot blijven. Ook moet hij de poortwachters een gulden geven. Een graaf of baron geeft 20 gulden en een goede handboog en een gulden aan de twee poortwachters; een ridder of knecht geeft zes gulden en een gulden aan de twee poortwachters. Dit geld zal gebruikt worden voor de bouw van het gemeenschappelijke slot."

Er waren nog meer dan twee dozijn andere voorschriften met betrekking tot financiële en organisatorische kwesties, die regelmatig aangepast werden. Deze gemeenschappelijke statuten waren van kracht tot 1815 toen de familielijn "mit dem weiβen Löwen" ("met de witte leeuw") haar aandeel van de burcht verkocht en daarmee uit de "Ganerbengemeinschaft" stapte. Omdat de lijn "mit den Büffelhörner" ("met de buffelhoorns"), later de lijn Eltz-Rodendorf, al was uitgestorven in de 15de en de 18de eeuw en hun aandeel was overgedragen aan de lijn Kempenich, was het huis Eltz-Kempenich nu nog de enige eigenaar van de burcht.

De "Pragmatische Sanktion"("Pragmatische Sanctie")
Nalatenschap: De "Pragmatische Sanctie" is een op 19 april 1713 door keizer Karl VI ondertekende akte waarin de eenheid en ondeelbaarheid van de Habsburgse erflanden schriftelijk was vastgelegd en waarin voor de eerste keer in gelijke erfopvolgingsrechten voor man en vrouw werd voorzien. Met deze nieuwe wet van het Habsburgse huis werd gebroken met het oude Salische erfopvolgingsrecht, waarin uitsluitend in mannelijke erfopvolging was voorzien en werd de zogenaamde "Legalprimogenitur" (het eerstgeboorterecht) schriftelijk vastgelegd. Naast de zonen werden nu ook de dochters op volgorde van leeftijd erfgerechtigd verklaard.

Deze verandering van de oude rijkswet kwam ten gunste van de latere keizerin Maria Theresia: Hoewel zij echter de Habsburgse erfenis mocht aanvaarden, kon zij als vrouw niet tot keizerin worden gekozen. Dit was pas mogelijk via haar man, Franz von Lotharingen, sinds 1745 keizer Franz I. Hoewel Maria Theresia de dominerende partner bleef in dit huwelijk, heet haar familie sindsdien Habsburg-Lotharingen.

De rijksaartskanselier keurvorst Philipp Carl zu Eltz zette zich tijdens zijn regeringstijd van 1732 tot 1743 enorm in voor de doorvoering van deze Habsburgse wet in het Rijk. De "Pragmatische Sanctie" werd uiteindelijk onherroepelijk bekrachtigd aan het eind van de Habsburgse Erfopvolgingsoorlog met de vrede van Aken in 1748 en bleef een constitutioneel recht tot aan het einde van de Oostenrijkse monarchie in 1918.